TANDARTS






Kaakslag 1

Verstandskies

Controle. Weer een half jaar voorbij.
Ik wordt er niet blij van, de tandarts. Niks tegen de specialist zelf, integendeel, ze is een aardige, aantrekkelijke en zeer capabele specialist. Ik kon zelfs af en toe een dealtje maken als er een prijzige behandeling in het verschiet lag. Onze vakantie bestemming bleek een keer gelijk te zijn geweest. De kleurige beelden van de Amerikaanse woestijngebieden en natuurparken waren toen onderwerp van de conversatie, voor zover dit mogelijk was tussen behandeling en spoelen  door. Als amateur kunstenaar kon ik toen via een opdracht de rekening wat verzachten, tot beider tevredenheid.
We hadden hele gesprekken achteraf over de werking medische apparatuur en van de scansoftware waarbij toen al met een 3D printer een perfect passende kroon kon worden geproduceerd.
Dat schept een band.
Mijn gebit gaat al een aantal jaren mee, maar vertoont meer en meer slijtage en reparatie sporen. Met een paar kronen en een aantal vullingen moet mijn eroderende gebit proberen de tand! des tijds te doorstaan. Maar ook dat heeft niet het eeuwige leven. Af en toe zit er dan tussen mijn hapjes volkorenbrood met kaas een stukje amalgaam en schuurt mijn tong langs een onverwacht scherp randje. Niet altijd is het nodig om hierna direct haar (de tandarts) expertise te raadplegen. Als pijn achterwege blijft, is het gewoon wachten tot de eerstvolgende afspraak. Alleen dat scherpe randje, ze zeggen ze slijten op den duur, maar bij tanden en kiezen duurt dat lang. De dokter is reëel genoeg om de boosdoener op mijn verzoek een beetje af te slijpen, zodat ik bespaard blijf voor een eigenrisico overschrijdenden declaratie.
Toch ging het op een keer fout. Ze had mij al gewaarschuwd voor een gammele verstandskies. Een nieuwe kroon, of laten trekken.. En alsof de duvel er mee speelde, twee weken voor mijn halfjaarlijkse afspraak viel de top van de bewuste kies op mijn tong. Een kuil als de Meteorkrater in Arizona, om maar in de juiste perceptie te blijven, ontsierde mijn kauwmachine. Met opstaande punten en steile wanden. De scherpe kliffen hielden flinke stukken draadjesvlees van de hachee vast, en halve bananen moesten met een woelende tong worden opgegraven. Iedere keer met een houtje in je mond om dit soort weerbarstige etensresten los te peuteren is een vervelende bezigheid. Zeker als je helemaal achterin moet wezen. En dat wil je ook nog op een fatsoenlijke manier achter je andere hand doen. Wat een gedoe.

Het verdrongen advies van mijn kaak-ingenieur werd ineens realiteit met urgentie.
Mijn blakende gezondheid van weleer is een stuk minder. In de loop der jaren ben ik vaste klant van het streekziekenhuis. Mijn pomphuis is gerenoveerd, en de daarbij behorende medicijnen moet ik tot het einde der dagen blijven slikken. Bloedverdunners zogezegd. Toen ik bij de controle dan ook te kennen gaf dat de ruïne niet gerenoveerd, maar gesloopt kon worden, reageerde tandarts dan ook met; uw dunne bloedsituatie maakt het een specialisten klus. Ik geef u een brief voor de kaakchirurg, hij is de aangewezen persoon voor dit soort risicovolle ingrepen.
En daar kon ik het mee doen.
Om je de waarheid te zeggen stond zowel het een dan wel het ander, repareren of verwijderen, mij niet aan. Helemaal niet leuk. Reden om de brief maar achter in de agenda te leggen en net doen of mijn neus bloedde.
Ik had nog steeds geen pijn, en daarom geen haast. De smoes die ik voor mij zelf had bedacht was; als ik het geld heb laat ik er een mooie kroon op zetten. Maar dat was een utopische gedachte. Een soort kop in het zand steken, misschien denken dat het gewoon overgaat, net als griep, of zoiets.
De tijd verstreek, ik peuterde er vrolijk op los met het tandenstokertje, ergerde mij dagelijks aan alle sliertjes en kruimels en mijn tong liep regelmatig risico te worden opengehaald aan graaiende glazuurresten. Tot ik een kaartje kreeg van de tandarts.
Een herinnering voor de halfjaarlijkse controle.
Oeps.
Ik had de mondhygiëniste ook al op een laag pitje gezet, ik zei het al, dat geduvel in mijn mond, ik hield er niet van.
Vroeger ging je met 200 gulden naar een kliniek voor tandheelkunde (whats in a name) in Rotterdam, je liet de hele rimram uit je mond halen en je kwam terug met robuust degelijk maalsysteem die je ‘s nachts in een glas op het nachtkastje toe grijnsde. Simpel toch? Een kunstgebit en geen kiespijn meer.

De tijden zijn veranderd. Tegenwoordig lopen ze op volwassen leeftijd nog met een beugel om je een stralende gelijkmatige glimlach te bezorgen. Het koste wel veel, maar dan had je ook wat. Een kapitaal in je mond als je de kist in gaat. Ik weet het, mijn aversie speelt mij parten
Dat kaartje, tja, dat kon ik niet negeren. Eerst dan maar naar de mondhygiëniste anders krijg ik op mijn duvel omdat ik niet goed heb gepoetst. Tandplak en zo. Deze mevrouw vond dat ik wel lang geleden was geweest. Mijn verweer dat ik het telkens weer vergat klonk behoorlijk goedkoop. Maar ze ging enthousiast aan het krabben. En het kon niet uitblijven, ze constateerde de zielige overblijfselen van wat eens een verstandkies was geweest. Ik ging een discussie aan over geen pijn en zo. Maar ze wees er op dat zo’n kies een bron van infectie kon worden. En dat nu zette mij aan het denken.
Ik behoor tot een zogenaamde risicogroep. Details laat ik even voor wat ze zijn. Maar een infectie, als je het kunt voorkomen is dat beter dan genezen.
Toen ik dit aan mijn vrouw vertelde liet ze duidelijk weten dat ze mijn struisvogelpolitiek niet kon waarderen. Ze weet van de hoed en de rand, en regelt alle afspraken met een administratieve nauwkeurigheid die mij af en toe verbaast. Meer nog, zij is  de onmisbare hulp voor iemand  als ik die als gemakzuchtige sloddervos  door het leven gaat. Mijn mantelzorger in het kwadraat.
Ik keek er dan ook helemaal niet vreemd van op dat er in de kortste keren contact werd op genomen met de balie van het ziekenhuis, waarbij bleek dat ook de cardioloog zijn woordje moest doen.
De vraag aan de betreffende hartbehandelaar, of ik tijdelijk kon stoppen met bloedverdunners werd negatief beantwoord. Ik kreeg onmiddelijk visioenen van een overlopende mond vol bloed en gillende ambulancesirenes.
Daar  ik ook onder toezicht sta van een hematoloog, wist ik dat ik geen standaard bloedtransfusie kon hebben. Daar heb ik dan weer een speciaal pasje voor, ter informatie voor een dienstdoende gezondheidszorger, indien ik deze acuut nodig zou hebben.
Ik zei het al ergens in dit verhaal. Er zijn personen, en ik ben daar een van, die op de lange duur allerlei kwaaltjes gaan vertonen die het leven soms heel gecompliceerd kunnen maken.
Met deze informatie kon ik met een gerust hart naar mijn controlemoment. Ook de tandarts had een vervanger omdat heftige rugklachten haar het werken onmogelijk maakten.
Ik had psychologisch gezien de wind mee, mijn smoezen en verklaringen werden onder de mantel der onwetendheid geschoven.
Evenwel, ik werd wel op het spreekuur van de kaakchirurg verwacht. We, mijn vrouw en ik, leefden er met enige ongerustheid naar toe.
Het was niet de pijn die ik eventueel kon verwachten, nee dat was niet het probleem, maar meer de zorg om de nawerkingen, en met name het voor ons onvoorspelbare gevolg van een wond en het al dan niet kunnen stoppen van de bijbehorende bloedafgifte.
Die bewuste ochtend reden we naar het ziekenhuis, waar ook al enige chaos heerste. Een nieuw pasjes systeem zette elke binnenkomer in een wachtrij voor een soort pinautomaat, waaruit je onder begeleiding van een expert opnieuw een pasje moest ontlokken om te bewijzen dat jij jij was.
Gelukkig had ik nog een recent bewijs van mijn indrukwekkende persoonlijkheid, dus ik mocht door naar de volgende ronde.
Bij de betreffende balie werden we ontvangen door een buitengewoon vriendelijke, mooie, mijn dochters naam dragende assistente, die ik in mijn gespeelde enthousiasme voor de chirurg hield, gewend als ik was aan alle vrouwelijke specialisten die ik totnogtoe was tegengekomen.
Ik moest weer op de foto. Dit keer een doorkijkkiek. Met mijn gehavende smile. Bijten op een plastic pijpje, kin op een richel en schouders laten zakken. Zoemend draaide een brede witte beugel vol stralingsapparatuur om mijn schedel voor een 180 graden snapshot.
Adem inhouden als u kan. En dat kon ik.
‘We gaan u gelijk behandelen’.
Verrast keek ik de assistente aan, ‘Dat mag ik dan wel even aan mijn vrouw vertellen, dan is ze op de hoogte’.
Deze zat in de enorme wachtruimte vol tafels, stoeltjes en andere wachtenden,  met een tijdschrift op schoot, en kon op mijn mededeling niets anders doen dan begrijpend knikken. Ik kon haar in gedachten horen fluisteren, ‘hou je taai’.
Ik volgde mijn begeleidster. Als een lam naar de slachtbank.
De ruimte was verrassend klein, mijn eigen tandarts had een grotere praktijkruimte tot haar beschikking. Ik was even vergeten dat buiten de deur een heel ziekenhuis klaar stond om met alle verschillende internisten doktoren en hordes verpleegsters bij het eventueel uit de hand lopen van mijn behandeling in te kunnen springen om mijn vege lijf uit de klauwen van een naderend onheil te kunnen rukken.
Een achteroverstoel stond klaar, het ging gebeuren.
De behandelaar stelde zich voor en vertelde het een en ander over de te volgen procedure.
Op het computerscherm de volledige inhoud van mijn kaken waarbij alle makke en restauraties  zichtbaar waren.
Hij wees nog even fijntjes op een beginnende ontsteking ergens voor in het rijtje witte niet al te regelmatig gevormde silhouetten. Heb ik al verteld dat, eenmaal in het ziekenhuis, je niet alleen in de molen zit, maar dat ze er ook aan klantenbinding doen? Het ”we zien u graag weer terug” principe.
Gevlijd in de achteroverstoel, nog enigszins duizelig van het verre achterover draaien van de hoofdsteun, werd er een blauwe doek met een kleine opening over mijn gezicht gelegd. Even daarvoor had de assistente nog gevraagd of een latex allergie de procedure zou kunnen verstoren, maar ik kon haar, ja zij wel, geruststellen. Ik ben allergie vrij, tenminste waar het mijn fysieke gezondheid betreft.
Mijn allergie voor luidruchtige nachtelijke feestgangers en irriterende bumperklevers, lawaaiige hangplek brommers en onverwachte honden keutels waren hier niet van toepassing.
Twee in rubber gehulde vingers trokken mijn lippen verder van elkaar en de sonore stem van de chirurg begeleide het prikken van de verdovingsnaald.
Vroeger ging je de wachtkamer in om te wachten tot de verdoving je kaak tot onheilspellende proporties had opgeblazen. Maar ook in het naalden en narcose circuit gaan de ontwikkelingen door. Nog geen minuut na de prikken voelde ik weer de beklede handen van de behandelaar, die een voor mij onzichtbare constructie om het lijdend voorwerp, de halve kies, probeerde te wringen.
Pijn, nee, lawaai, ja.
Kraken en schuren drukken en, jawel trekken.
Net toen ik dacht, nu gaat het gebeuren, hoorde ik de geruststellende stem van mijn dochters naamgenote, ‘uw kies is er uit meneer, we gaan het wondje hechten’.
Wondje? Ja, wondje.
Daar lag ik met het idee, dat een gat als een bomkrater in mijn geteisterde mond, vol niet te soppen bloedgolven, mijn aardse bestaan bedreigde!
Ik voelde hoe een draad de hangende flarden weer bij elkaar trok, een pijpje slurpte vrolijk de verwaarloosbare vochtproductie uit mijn mond.
Even daarna werd de blauwe dekmantel verwijderd en ik kwam enigszins verrast overeind, met op verzoek stevig op elkaar geklemde kaken.  Een steriel propje gaas drukte daardoor het beschadigde onderdeel stevig dicht.
Ik was opgelucht, dat begrijp je. Ondanks het bolle drukkende gevoel van de verdoving, en het alarmerende gekraak dat door mijn schedel had geresoneerd, ondanks mijn horrorachtige visioenen, opgelucht. Het was enorm meegevallen.
Mompelend met opeengeklemde tanden, en een voorzichtige inspectie met mijn tong langs het pakketje katoen mocht ik voorzichtig mijn horizontale zetel verlaten.
De assistente gaf mij, met enkele geruststellende bewoordingen en een korte uitleg over wat te doen, een stapeltje gaasjes en een tweetal recepten voor de nabehandeling. Een hand van de vakman en uitgeleid door de assistente stapte ik na ongeveer 20 minuten durende behandeling weer de hal van het ziekenhuis in.
Mijn vrouw, diep verzonken in haar tijdschrift, keek verbaasd toen ze mij weer zo snel terug zag.
Ik dacht dat ik hier op zijn minst wel meer dan een uur zou zitten’ zei ze verrast.
Grijnzen met gesloten lippen lukt nog wel, verbale uitleg was een stuk moeilijker.
De rit terug was ik opgewekter dan op de heenweg. Niet dat ik dat had laten merken, mijn pokerface en acceptatievermogen laten dat niet toe, maar ook mijn vrouw vertelde achteraf dat ze zich behoorlijk zorgen had gemaakt over de behandeling en de mogelijke onvoorziene gevolgen.
Pet af voor het kiezenteam.
Job done, well done!
Alleen dat desinfecterende spoeldrankje is wat minder, en mijn éne borrel staat op de wachtlijst, tja, je kunt niet alles hebben.

Wacht even, geen alcohol?
Ik herinner mij enkele zeer geloofwaardige films, waarin een halve fles bourbon over een kogelwond wordt gegoten, om te ontsmetten!
En wat is nu helemaal het verschil tussen een getrokken kies en een kogelwond?
Hm, ik vraag het je...



Kaakslag 2
De kijk op mijn welzijn is kritisch, en ook logisch, uiteindelijk zijn het mijn lijf en leden waar we het over hebben.
Dat je gezondheid een groot goed is heb ik aan den lijve ondervonden, beware of de dokter, hij keert je binnenste buiten indien hij daar enige aanleiding toe vindt, en ontdekt dan van alles. In een eerdere ontboezeming heb ik al eens aangegeven dat ik heb ervaren, als je eenmaal in het patiënten dossier zit, weten ze je te vinden.
Zo ben je van je kwaal af, of ze vinden weer een ander, en hoe ouder je wordt, hoe meer mankementen zich openbaren. Vind je er zelf niet een, dan wordt er wel een voor je gezocht.
Weten ze een oplossing, dan zoeken ze er mooi een probleem bij.
Toen een paar maanden geleden mijn verstandskies werd verwijderd ging dat prima, mijn angst voor bloedbaden en verstikkingsverschijnselen waren ongegrond geweest, ik liep gewoon al bijtend op een propje steriel gaas mompelend door de draaideur van het ziekenhuis naar buiten. Met een brief voor mijn gewone, zeg maar huistandarts. 
Behorend tot de beruchte kwetsbare doelgroep mag ik voor sommige van mijn dentale kwalen naar de kaakchirurg. Scheelt toch een stuk in de eigenbijdrage van de zorgverzekering.
Die brief. Bij het maken van de foto van mijn gebit, een panorama prent, was een donker vlekje ergens rechtsonder in mijn kaak reden genoeg om daar een boodschap voor de dentist aan te wijden.
U voelt het al aankomen. Hierboven heeft u al een idee gekregen van het in mijn ogen reilen en zeilen van een geneeskundige  filosofie, het equivalent “van pappen en nathouden” ofwel rekken en er bij blijven.
Ik kom er niet onderuit, weer het hoge woord: ‘klantenbinding’ jawel!

Ik was net mijn behandeling te boven gekomen, en besloot weer mijn struisvogelpolitiek toe te passen.
Brief in de agenda, even laten betijen.
Na enige tijd ging ik, omdat de halfjaarlijkse gebitscontrole zich begon aan te dienen, eerst naar de mondhygiëniste, waar ik mijn verhaal deed over bovenstaande.
Ik vermoed dat ze in het complot zit, want ze was opnieuw bloedserieus met haar opmerking, dat een sluimerende ontsteking nare gevolgen kon hebben, en woeps, daar tolde weer doemscenario’s door mijn tegenstribbelend brein.
Toen de controle datum zich aandiende, bracht ik de met een bezwaard gemoed de brief van de superdentist onder de aandacht.
Mijn persoonlijke mondenkijker werd nog steeds vertegenwoordigd door een invallend specialist, in mijn eerdere ontboezemingen heb daar al eens melding van gemaakt. Er zullen zware klusjes aan ten grondslag hebben gelegen.
Geen kwaad woord over mijn tandarts,
Ze heeft mij altijd goed verzorgd, op voorwaarde, dat ik daarin meewerkte. Poetsen,flossen (aaarchhhh), hygiënisten noem maar op. Dat ging al jaren zijn gangetje. Maar ja, als tanden en kiezen meer dan driekwart eeuw meegaan ontkom je niet aan slijtage.
Duidelijk was dat ook deze behandelaar (weer een zij) het bovengenoemde vlekje onder de loep nam, letterlijk, want, met de brief van de kaakchirurg als leidraad zat ik   in de kortste keren ik met een akelig verkeerd zittend apparaatje in mijn mond om via het digitale röntgen systeem duidelijkheid te verschaffen.
Tja, daar zat een ontsteking die ooit al eens was behandeld, en toch weer op ging spelen. Een afspraak dan maar? 
Zie je wel, voel ik een keer helemaal niks, zien ze nog kans om een grijpstuiver aan je te verdienen.
En daar kwamen weer mijn andere gebreken weer ter sprake, met als gevolg, opnieuw een brief, voor de kakenman van het Rode Kruis Ziekenhuis.
De verantwoording werd netjes doorgeschoven en ik kon weer op pad. Gelukkig bezit ik (oeps) een prima regelaar in de persoon van mijn liefhebbende vrouw, die mijn ontwijk en zwijg politiek niet altijd kan waarderen. Ik verdenk ook haar ervan dat zij persoonlijke belangen heeft, dat moet ik dan maar even uitvogelen. Haar opdracht was dan ook, hup naar het regionale kneuzenpaleis en een afspraak maken. Daar kon ik niet tegenop, dat doe ik doorgaans dan ook niet.
Gevolg, een afspraak, met enig respijt. Ik wist de datum op een verantwoorde manier wat op te rekken, maar na drie weken moest ik toch opdraven.
De vorige keer was ik nog onder begeleiding naar het ziekenhuis gereden, wist ik veel hoe ik uit de behandeling zou komen, maar mijn vertrouwen was toch gegroeid, niet alleen in de medische kwaliteiten van de behandelaar, maar ook mijn eigen fysieke reacties hadden mij meer zekerheid gegeven.
Dus dit keer trok ik de stoute ortheses (ik heb klapvoeten, ja ja) aan en ging alleen naar de slachtbank.
Als het weer een voorspelling was op de afloop, dan zat ik goed. De zon scheen en vrolijk rammelde ik in mijn slecht verende booster een rugkwaal tegemoet.
Dat viel achteraf ook weer mee, zo ook de behandeling. De ontvangst was net als de vorige keer, allerhartelijkst. Dit keer stonden er drie personen om mijn groengedekte corpus. Anita, de onmisbare assistente, samen met een ietwat nerveuze, maar vriendelijke, leergierige stagiair met een Indiaas voorkomen, en natuurlijk, Jorrit Nolte, de “vakman” in kwestie.
Van tevoren werd ik helemaal bijgepraat over de te volgen procedure. Op een computerscherm stond weer de breedbeelddoorkijkfoto die de bron van mijn probleem verklaarde. De chirurg zette nauwkeurig rode lijntjes om de te renoveren delen, met een duidelijke uitleg van ‘voorzichtig doen om omliggende zenuwen niet te beschadigen, het wegzagen van de onderkant! *(oei!) van de desbetreffende boosdoener waarbij allerlei gereedschappen ter sprake kwamen die in een goed geoutilleerde bouwplaats zeker niet zouden misstaan. Of ik het prettig vond dat ik dit allemaal te horen kreeg? Ik slikte.
In elk geval mocht ik plaatsnemen op de relaxstoel met een kussentje in de rug, en werd weer verstopt onder de groene doek, met daarin ter hoogte van mijn gezicht een kleine opening, zeg maar ter grootte van een opengesperde mond.
Met mijn handen in mijn schoot voelde ik mij een lam op de slachtbank en onwillekeurig kneep ik mijn vingers tot een onwrikbaar kluwen. Drie prikjes in mijn mond en een bittere smaak later wachtte ik op de dingen die komen gingen.
 Het leek alsof mijn tong zwol, mijn wang dik werd en het tandvlees rond de hotspot vergroeide tot een onduidelijk irriterende, maar gevoelloze kluit  en na tien minuten en een begeleide uitleg van de stagiair was mijn beetje dooie kaak klaar voor de operatie.
Pijn deed het niet, maar het lawaai van de vorige keer kwam op herhaling, het kraakte, kraste en slurpte dat het een lieve lust was, het resoneerde  allemaal spectaculair in mijn hoofd, versterkt door mijn wijdopen getrokken kaken die naar het leek fungeerden als een 500 watt speaker. Met het idee dat hij alsnog de onderliggende zenuw zou raken onderging ik gelaten het gedoe in mijn gapende mond.
Gelukkig werden alleen technische opmerkingen en aanwijzingen gegeven van de assistente aan de stagiair, zoals; ja, nu een beetje naar het gaatje toe, en voorzichtig, nu wat meer wegzuigen, terwijl Dr Nolte zich met het edele handwerk bezig hield.
Ik probeerde in gedachten de handelingen te volgen, terwijl de kleine kruimeldief voorzichtig werd heen en weer gestuurd om het teveel aan vocht (bloed?) gruis en andere ongerechtigheden op te slokken.
 Het afzagen van de wortel ging gepaard met het overbekende gieren van een tandartsboor, hier de cirkelzaag, en het uitkrassen van de ongerechtigheden voelde aan als het schoonschrapen van een verroeste pannenbodem.
 Even voelde ik een stekende pijn oplopen vanuit de kies naar mijn oor. O jé, de zenuw, schoot door mijn hoofd en ik probeerde dit te duiden door mijn met mijn vinger op mijn oor te wijzen. De assistente dacht dat ik jeuk had, duwde mijn hand terug onder mijn steriele afdekking en wreef behulpzaam over mijn oor.
 Op de een of andere manier ging het echter voorspoedig, ondanks mijn blauw geknepen vingers, en mijn nutteloze poging om een afleidende melodie in mijn hoofd te krijgen.
 Een kwartiertje later was de wond, de assistente noemde het opnieuw geruststellend  “wondje”, gehecht en gespoeld en klonk het tevreden; alstublieft, het is gebeurd.
 Bevrijd van kakenklem en groene hoes stond ik even later met de folder en pijnstiller recept in de hand, de aanwijzingen door Jorrit Nolte te beluisteren. Op de keper beschouwd was het weer reuze mee gevallen.

Toen ik twee dagen later, op zoek naar een speciaal woord voor dit verslag, enkele fora bezocht, las ik over diverse klachten en nare bijverschijnselen die andere kaak-patienten hadden overgehouden na een tandartsbezoek. Mijn advies, niet lezen! Dat ondermijnt het vertrouwen in de tandgeneeskunde! Je durf nooit meer naar de tandarts!

 Weer thuis, met uit de folder een kwartier op en een kwartier af met een koelboxelement uit de vriezer in een washandje om de zwelling te minimaliseren, de timer in mijn I phone maakte overuren, en een super-paracetamol (niet vergoed door de verzekering!) tegen de pijn na de uitgewerkte verdoving, kwam ik weer geleidelijk aan in mijn gewone doen. Zelfs mijn middagdutje (ook al op doktersadvies) leed er niet onder.
De folder r gaf ook informatie over het te volgen eetgedrag. De helft van je mond gebruiken bij het kouwen, eerst wat zachte voeding. Niet te warm, niet te koud. Alles no problemo.
Met één voordeel, het ‘voorlopig geen alcohol’ advies bespaard ook weer een paar centen.
Die ene wiskey per avond wordt een weekje verschoven. Kassa!

Cornelis




Cornelis

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen